Oost

De oorlog als kind op het platteland beleefd: verwondering in plaats van angst

Theo Gosenshuis uit Zuid-Berghuizen wil het eerlijke verhaal vertellen.
© Oost
Hij was nog maar zeven jaar toen de oorlog begon. Voor veel mensen staan de oorlogsjaren in het teken van angst, honger en verlies. Maar voor Theo uit Zuid-Berghuizen betekenden de oorlogsjaren vooral verwondering. Zingende soldaten, imposante voertuigen en spannende gebeurtenissen vulden zijn kinderjaren. In dit verhaal blikt hij terug op de oorlogstijd. Niet als slachtoffer, maar als toeschouwer van een wereld die op z’n kop stond.
Theo en Mia Gosenshuis zijn geboren in 1933 en 1934. Ze wonen in Zuid-Berghuizen. Het huis en de tuin zijn keurig netjes en ze helpen elkaar dingen onthouden. “Ik wil je wat vertellen, het gaat mij erom hoe ik als kind die oorlog heb meegemaakt.” Theo wil vertellen hoe een jongen van zeven de oorlog beleefde. Het eerlijke verhaal. Het was een tijd vol indrukken, verwondering en nieuwe ervaringen daar op het platteland, vlak bij Oldenzaal.
Zuid-Berghuizen: "Niks te zien, zover je kon kijken. Alleen maar platteland tussen Deurningen en Bentheim."
© Canadian Army News Reel

Een kind in oorlogstijd

Het was landelijk gebied zover als je kon kijken, met hier en daar een huis of boerderij, waar de oorlog in 1940 letterlijk aan kwam marcheren. De Enschedesestraat was er, en de spoorlijn. Meer was er niet. De oorlog begon als een verrassing. Het besef dat er iets bijzonders aan de hand was, kwam toen hij op straat een groep zingende soldaten zag. “Ik mocht een eindje van huis af en zag vanaf de Lossersestraat een groep mensen. Die zongen ook nog. En toen ik dichterbij kwam, zag ik dat het Duitsers waren.”
De 7-jarige Theo uit Zuid-Berghuizen zag voor het eerst in zijn leven soldaten. Een grote groep, in grijze uniformen. Zingend.
© Canadian Army News Reel
We hadden nog nooit tanks of vrachtwagens gezien
Theo Gosenshuis

Oorlog als spektakel

Voor hem was de oorlog aaneenschakeling van belevenissen. “Het waren militairen, met een grijs uniform. Die spraken heel anders. Niet het Twents dat wij wel deden. Er zat wel iets in die taal van ons Twents. Je zag dingen die je nog nooit gezien had: auto's! Een auto, dat was er toch niet? Een tank! Nooit eerder gezien. Denk je ‘s in, hier was toch niks. Het was voor ons een geweldige ontwikkeling. Dat is de boodschap.“ Zelfs het vliegveld kon hij oplopen zonder dat iemand hem tegenhield. “Daar zei je geen Duitser wat van.”
Theo Gosenshuis uit Zuid-Berghuizen bij Oldenzaal was zeven toen de oorlog begon.

'Die militair had een zoon, net zo oud als ik'

Theo Gosenshuis vertelt over Walter Habke, een Duitser die geplaatst was bij het afweergeschut vlakbij, die hem altijd vriendelijk toesprak. “Als ik uit school kwam, de Heilige Hartschool hier in Zuid-Berghuizen, de Oude Boerenschool aan de Haviksweg, liep ik soms langs hem. Dan streek hij me even over het haar. Ik vond hem eigenlijk een heel aardige kerel. Ik kreeg ook snoep. Hij vertelde dat hij thuis in Berlijn twee zoons had, net zo oud als ik.”
Zijn ouders waarschuwden hem wel: 'Loat die Pruus doar! Doar wil íe niks met te maak’n hebb’n'. De Duitser bleef ook wel op afstand van ons thuis. Hij bracht mijn ouders niet in problemen.”
Kijken naar het spektakel dat de oorlog met zich meebrengt.
© Still uit video Historisch Centrum Overijssel

Niet bang, maar nieuwsgierig

In Oldenzaal werd af en toe vanaf het afweergeschut geschoten op vliegtuigen die overkwamen. “Die gingen bombarderen in Duitsland en vlogen hier over. Zo'n hele massa. Daar schoten ze wel eens op inderdaad. Ook dat was voor ons een sensatie.”
Angst voelde hij niet. “Nee, nee, nee. Het was echt een belevenis.” Zijn oudere broers beleefden de oorlog heel anders. Eén broer werd tewerkgesteld bij een boer net over de grens. “Toen de oorlog was afgelopen, dat was zo naar, moest hij in militaire dienst. Is hij drie jaar naar Indonesië geweest. Hij heeft daar wel eens over verteld. Jawel, jawel."
Voor Theo's broers was het leven in de oorlog heel anders, er moest gewerkt in Duitsland.
© still uit video Historisch Centrum Overijssel

Evacués in huis

Tijdens de Hongerwinter kwamen de evacués. Uit het westen, maar ook uit Lobith, nabij de Duitse grens. “Hier was landelijk gebied, we hadden vee. Bij ons thuis kwamen twee vrouwen. Een van hen kreeg hier in huis een kindje: Hendrientje. Dat was op het einde van de oorlog.”

De dag van de bevrijding

Wat hem altijd bijbleef, was de dag dat Oldenzaal werd bevrijd. Rond Pasen 1945 kwamen de bevrijders – Canadezen. “Toen kwamen er in één keer andere militairen, de bevrijders. Die kwamen met nóg grotere machines. Geweldig groot spul.”
Langs de Enschedesestraat stond hij met vriendjes te kijken hoe de bevrijders langsreden.
© still uit Canadian Army News Reel
“Ik weet nog goed waar ik stond. De tank stopte, de klep ging om en toen zag ik hem voor het eerst.” Het was de eerste keer dat hij een man met een andere huidskleur zag. Praten lukte niet: “Hoe moest ik dat doen? Ik kon alleen Twents.”

Een andere blik

Na de oorlog veranderde het leven. Zijn oudere broers en zussen konden weer uitgaan en hun leven oppakken. Hijzelf was twaalf toen de oorlog voorbij was. Er kwam weer leven in de maatschappij.
Wat hij vooral duidelijk wil maken, is dat kinderen de oorlog anders beleefden. Hij wil het eerlijke verhaal vertellen. “Voor mij was de oorlog sensatie. Er was van alles te beleven. Als ik nu soms die verhalen hoor, dan denk ik: ja jongens, jullie vertellen dat wel, maar zo is het niet.”
Theo (1933) en Mia (1934) Gosenshuis genieten van het voorjaar in hun tuin in Zuid-Berghuizen.
© Oost

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.