Oost

Carelshaven: een hotel vol oorlogsherinneringen en Koninginnesoep als daad van verzet

Marijke Kluvers (links) proeft de Koninginnensoep die haar familie tijdens de oorlog serveerde.
© Oost
Het verhaal van Marijke Kluvers (1937) en het hotel van haar familie, Carelshaven in Delden, weerspiegelt op indringende wijze de impact van de Duitse bezetting in Nederland. Zodra de Duitsers voelden dat het tij keerde, besloot rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zijn hoofdkwartier te verplaatsen. Het Rijkscommissariaat vertrok uit Den Haag en Apeldoorn, en koos nieuwe onderkomens in het oosten van het land. Talloze villa’s en hotels werden gevorderd, waaronder ook Hotel Carelshaven in het Twentse stadje Delden.
De familie Kluvers, die het hotel al generaties lang beheerde, moest toezien hoe hun gasten plaatsmaakten voor Duitse officieren. In de tuin van het hotel haalt Marijke Kluvers, inmiddels de vijfde generatie, herinneringen op. Ze heeft het oude familiekookboek meegenomen.
"Deze eikenboom staat er al bijna vanaf het begin, iets na het ontstaan van de herberg. Die ontstond omdat dit de haven was, hè, dat weet je toch? In 1772."
We gingen samen met Marijke terug naar hotel Carelshaven.

Zes generaties familie Kluvers en de bezetting

Carelshaven begon ooit als schippersherberg, maar werd in de loop der tijd omgebouwd tot een chic hotel met gastenkamers en een schuur voor paarden en koetsen. Tijdens de oorlog vestigde het Rijkscommissariaat Nederland zich er. Seyss-Inquart, de Oostenrijker die door de nazi’s was aangesteld als Rijkscommissaris, nam zijn bestuursapparaat mee naar Delden. Zelfs de kinderen van de Duitse officieren trokken in het hotel.
Marijke was nog jong, maar ze weet het zich allemaal goed te herinneren. Met zorg haalt ze oude foto's tevoorschijn. “Oh ja, deze is leuk. Dit is een foto van mijn vader. Met allemaal wijnflessen in de tuin die hij weer had opgegraven. En achterop staat geschreven: ‘opgegraven drank die bij de Duitse inval in de tuin was verstopt.’”
Marijke laat een foto van haar moeder zien.
© Oost
Ook herinnert ze zich het bombardement op de grote schuur aan de overkant van het hotel, waar Duitse voertuigen stonden. “En in die schuur stonden allemaal auto’s van die hoge pieten. En die waren kapot.”
In het hotel zijn nog steeds afgetimmerde kamertjes op zolder intact, waar het personeel overnachtte wanneer dat nodig was. Marijke wijst op schilderijen, dekenkisten en zware eikenhouten meubels die allemaal nog origineel zijn. Trots wijst ze naar het schilderij van haar grootvader: "Een echte zakenman."

De soep die niet genoemd mocht worden

Op het grasveld naast de oude eikenboom, met uitzicht op de plek waar ooit de moestuin lag, vertelt Marijke verder. “Een grote moestuin, daardoor hadden we altijd genoeg voor de keuken van het hotel.”
Op datzelfde grasveld zet ze een tafel neer om Koninginnesoep te maken. Er gaan meerdere verhalen over dit gerecht. Volgens het mooiste verhaal stond de ‘soep die niet genoemd mocht worden’ regelmatig op het menu als stille daad van verzet. Hoe dan ook, Marijke heeft het originele kookboek bij zich. Het boek is afkomstig van haar grootmoeder, die als kokkin werkte op Kasteel Twickel en de derde generatie Kluvers op Carelshaven vertegenwoordigde. “Zij kon erg goed koken.”
Het recept voor Koninginnesoep
© Oost
Ze gaf het boek door aan haar dochter, die het ook in de hotelkeuken gebruikte. Het boek valt bijna uit elkaar, maar bevat nog steeds het recept voor de Koninginnesoep – in het Frans: Potage à la Reine. “Met oranje wortel, veel roomboter voor de roux, kip, doperwtjes en slagroom. Een chique soep. Potage. Uit een eeuwenoud boek, uitgegeven in 1905.”
Ze bladert liefdevol door het vergeelde boek. “Oh my, dit boek is al 120 jaar oud. Ja, nou ja, zo ziet het er ook uit. Toen bekroond met een gouden medaille, en het is van François Blom, Cuisinier, The Hague. De omslag heb ik ooit eens geborduurd voor een handwerkles.”

Een familiegeschiedenis in oorlogstijd

Aan het eind van het gesprek blikt Marijke terug op haar jeugd, die onlosmakelijk verbonden is met het hotel. “Zes jaar was ik toen die oorlog eindigde, ik moest zeven worden. Ik ben hier opgegroeid, en na mijn vader ging mijn broer in de zaak. En na mijn broer zijn dochter.”
Zes generaties Kluvers. Eén huis vol herinneringen. En een soep die tot op de dag van vandaag de smaak van verzet in zich draagt.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.